Pedagogisch beleid - KDV​

BuitenGewoon

Inleiding

BuitenGewoon biedt kinderopvang aan kinderen van nul tot en met twaalf jaar oud. Wij werken vanuit een christelijke geloofsovertuiging. Dit betekent dat wij in onze omgang met de kinderen en hun ouders de liefde van God willen laten zien en doorgeven. Wij streven ernaar om een veilige, warme en huiselijke sfeer te creëren op onze kinderdagopvang, waarin elk kind zich thuis kan voelen. De meeste ouders van de kinderen die bij ons komen, werken beiden, waardoor het kind twee of meerdere dagdelen per week op onze kinderopvang verblijft. Op het moment dat de ouders hun kind bij ons brengen, vertrouwen zij ons de opvoeding en verzorging van hun kind toe. Om deze verantwoordelijkheid te kunnen dragen werken wij vanuit een onderbouwde visie op de omgang met- en de ontwikkeling van kinderen. Deze visie vormt het uitgangspunt voor het handelen van de leidsters in onze kinderopvang. Voor u ligt nu het pedagogisch beleid, waarin onze visie is beschreven. Het pedagogisch beleid geeft ouders en andere betrokkenen de mogelijkheid een beeld te krijgen van de werkwijze van BuitenGewoon en van de normen en waarden die uitgangspunt zijn voor ons handelen. Daarnaast kunnen de leidsters aan de hand van dit beleidsplan hun manier van handelen motiveren en verantwoorden. Ons pedagogisch beleid is een resultaat van besprekingen, discussies en het uitwisselen van ervaringen. Door als team samen na te denken over pedagogische vraagstukken, wordt onze visie ontwikkeld en blijven we ‘scherp’. Het pedagogisch beleid wordt regelmatig besproken en zal daarom steeds in ontwikkeling blijven.

Visie

De kinderopvangsector zal zich de komende jaren zowel in kwaliteit als ook in omvang ontwikkelen. Onderscheid maken in levensovertuiging, vernieuwingen, efficiëntie, locatie, kennis en verantwoord ondernemen zal een groeiende rol spelen in de branche. Daardoor worden er steeds hogere eisen gesteld aan de organisatie, de medewerkers, de dienstverlening en de werkwijze. BuitenGewoon wil met haar dienstverlening de komende jaren in de regio voorzien in een brede opvangbehoefte. Zij wil dit bereiken door te werken in kleine teams, met professionele en enthousiaste medewerkers. BuitenGewoon wil een veilige en liefdevolle plek bieden aan kinderen waar ze zichzelf kunnen zijn. Dit in een omgeving, waar het woord van God centraal staat. Als dienstverlener wil BuitenGewoon met goede middelen en Bijbelse normen en waarden een voorbeeld zijn in haar werkgebied. Tevens wil zij trendsetter zijn in het uitdelen van de liefde van de Here Jezus aan kinderen en hun omgeving en aan de omgeving van BuitenGewoon.

Missie

BuitenGewoon biedt aan haar afnemers betrouwbaar partnerschap in opvang in de vorm van kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. ‘Elk kind is uniek en krijgt bij BuitenGewoon de ruimte om zich in eigen tempo te ontwikkelen; respect voor de schepping; de Bijbel zien als het woord van God; een vaste verzorger voor uw baby; kwaliteit en betrouwbaarheid’ zijn onze specialismen en dit daagt ons uit tot continu leren en groeien. Wij hebben een grote passie voor liefdevolle en daardoor veilige kinderopvang in een christelijke leefomgeving. Hiervoor zoeken we steeds naar nieuwe en eigentijdse oplossingen. We spelen daarbij steeds in op de ontwikkelingen binnen een brede lokale en regionale markt. BuitenGewoon doet dit voor kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 12 jaar, met een enorm enthousiasme en op basis van duurzaam ondernemen. BuitenGewoon onderneemt op een transparante en eerlijke manier.

Doelstelling

Vanuit deze visie en missie komen wij tot de volgende doelen:
  • Het bieden van een veilige, liefdevolle en huiselijke leefomgeving voor kinderen in de leeftijd van nul tot en met twaalf jaar. Hierbij is de vertrouwensband tussen de leidster en de kinderen van groot belang.
  • Het bieden van aanvullende positieve opvoeding en een goede dagelijkse verzorging van de kinderen.
  • Het stimuleren van de ontwikkeling van de kinderen, onder andere door hen onder deskundige begeleiding, in groepsverband en in een uitdagende omgeving samen te brengen.
  • Het geven van een basis, door normen en waarden vanuit de Bijbel mee te geven.
  • Het onderhouden van een goed, open contact met de ouders van de kinderen (eenduidig).

Identiteit

BuitenGewoon werkt vanuit een christelijke geloofsovertuiging. We gebruiken de Bijbel als leidraad voor ons werken en in de omgang met de kinderen. We geloven dat God ieder kind uniek heeft geschapen en onvoorwaardelijk liefheeft, precies zoals hij is. God houdt van ons en wil ons leren om van elkaar te houden en elkaar altijd te respecteren. Dat zijn belangrijke dingen die we de kinderen willen meegeven. Daarbij is de voorbeeldfunctie van ons als leidsters van groot belang!

Wij bidden met de kinderen aan tafel voor de broodmaaltijd. De kinderen noemen zelf de namen en dingen waarvoor ze gebed willen (bijvoorbeeld hun eigen papa en mama). Eén van de leidsters bidt dan hardop en de kinderen mogen meehelpen. Als het kind dit wil, dan bidden we in een bepaalde situatie als we niet precies weten wat er aan de hand is met het kind.
We proberen door met thema’s te werken de verhalen uit de Bijbel over te brengen op de kinderen. Daarnaast zijn er verschillende boekjes met Bijbelverhalen die de kinderen zelf mogen pakken en lezen of worden voorgelezen. Ook zingen we vaak christelijke liedjes.

De christelijke feestdagen worden op de christelijke manier gevierd. Rond Pasen hebben wij het over het sterven en opstaan uit de dood van Jezus, we hebben het niet over de paashaas en de eieren. Hemelvaart gaat over het teruggaan van Jezus naar de hemel. Pinksteren gaat over de Heilige Geest die gekomen is om ons te helpen en te leren leven naar Gods wil. Met Kerst is er geen kerstboom met kerstballen, maar vertellen we over de geboorte van Jezus.
Zoals God ons heeft geleerd met liefde met Zijn schepping om te gaan, proberen wij de kinderen te leren genieten van alles wat God heeft gemaakt en daar dan ook verantwoordelijk mee om te gaan.
Sommige dingen die voor kinderen leuk lijken zijn niet altijd goed. Omdat wij willen leven en werken vanuit de Bijbel zullen er sommige dingen niet worden verteld/beluisterd/gedaan, zoals bijvoorbeeld kabouters en sprookjes.

Visie op het kind

Ieder kind is uniek met eigen gaven en mogelijkheden en specifieke karaktereigenschappen, die nog volop in ontwikkeling zijn. Daarom heeft ieder kind een benadering nodig, die bij zijn unieke persoonlijkheid en ontwikkeling past. Het kind is erg afhankelijk en open en wordt beïnvloed door alles wat er om hem heen gebeurt. Het kind heeft een eigen mening en kijk op de dingen.
Bij BuitenGewoon willen we het kind een veilige en vertrouwde omgeving bieden, waar elk kind zich thuis voelt en er mag zijn zoals hij is. Het is belangrijk dat we als opvoeders hen serieus nemen en met liefde en respect behandelen. Dit geeft een goede basis van waaruit het kind zich verder kan ontwikkelen tot een zelfstandig individu die zichzelf en anderen waardeert en respecteert.

De visie op opvoedingsverantwoordelijkheid in de kinderopvang

Doordat het kind op de kinderopvang is, heeft het twee verschillende opvoeders. Wij willen zoveel mogelijk, mits het niet tegen onze christelijke geloofsovertuiging ingaat, aansluiten op de opvoeding van de ouders. Een goed contact en overleg met de ouders is dan een vereiste. (Zie verderop: contact met ouders).
Het opvoeden van kinderen is een grote en verantwoordelijke taak! Een kind ontwikkelt zich tijdens de periode op de kinderopvang van een totaal afhankelijke baby tot een kleuter die kan lopen, praten, relaties aan kan gaan met anderen en eigen keuzes kan maken. Wij willen samen met de ouders het kind zo opvoeden dat het als volwassene zelfstandig en evenwichtig in het leven kan staan.

Om dit te bereiken zijn de volgende aspecten van groot belang:

  1. Het bieden van emotionele veiligheid.
  2. Het bieden van structuur en duidelijkheid.
  3. Het bieden van een fysiek veilige en hygiënische omgeving.
  4. Het stimuleren van de ontwikkeling van het kind; persoonlijk en in relatie tot anderen.
  5. Het overdragen van waarden en normen.

Emotionele veiligheid

Een kind kan zich pas optimaal ontwikkelen wanneer het zich veilig en geborgen voelt in een vertrouwde omgeving. Wij streven er heel bewust naar om kinderen op onze kinderopvang zich veilig te laten voelen. Dit doen we door:

De inrichting van de kinderopvang

Wij proberen een warme, huiselijke situatie te creëren, waarin het kind zich thuis voelt. We hebben de groepsruimten op een gezellige, overzichtelijke manier ingericht. De kleuren die wij gekozen hebben, geven een warme en vrolijke uitstraling. Door er op te letten dat dezelfde kleuren in alle ruimtes weer terug komen is het vertrouwd voor de kinderen.

Een vertrouwensband tussen leidster en kind

De emotionele band tussen ouders en kinderen is hecht en levenslang, deze ontstaat in de dagelijkse omgang met elkaar. De band tussen leidsters en kinderen ontstaat niet vanzelf; daar moet bewust aan gewerkt worden. In de allereerste periode dat een kind bij ons komt, nemen we de tijd om het kind en de ouders te laten wennen aan ons en aan de manier van werken in de kinderopvang. Hiervoor hebben we een speciaal wenbeleid. (zie bijlage) Op deze manier bouwen we aan de vertrouwensband met het kind en de ouder.

Om deze reden vinden wij het erg belangrijk dat in het eerste levensjaar er één leidster is die de baby verzorgd, naar bed brengt, voedt, troost en knuffelt. Dit betekend dat die leidster er nagenoeg altijd is als ‘haar verzorgkindje’ er is. De roosters van de leidsters worden desnoods aangepast, zodat dezelfde leidster in ieder geval het eerste levensjaar dit kind kan verzorgen. Hierdoor kan het kind zich op een goede manier hechten. Hij ontdekt dat die vaste leidster een veilige basis is om van daaruit de omgeving te gaan verkennen. Hij zoekt bescherming en troost bij de vaste leidster. Het kind weet dat er goed voor hem gezorgd wordt, waardoor er in dit eerste jaar een warme en vertrouwde relatie groeit tussen leidster en kind.

Na een jaar wordt de verzorging van het kind geleidelijk aan verbreedt naar meerdere leidsters, al blijft het zoveel mogelijk bij de vaste leidster op de groep. Hierbij vinden wij het belangrijk om rekening te houden met de persoonlijke behoeften en ontwikkeling van het kind (denk aan eenkennigheidfase). Voorop staat dat het kind zich veilig en vertrouwd voelt bij ons op de kinderopvang. Een goede gehechtheid is een belangrijke basis voor het kind om op te groeien tot een zelfstandig en evenwichtig persoon. Wanneer een kind dit in de eerste levensjaren niet krijgt, zal het later moeite hebben om hechte relaties aan te gaan. Daarom streven we ernaar om niet te veel te wisselen met kinderen en/of leidsters op een groep, zodat de kinderen al hun jaren op de kinderopvang zoveel mogelijk bij dezelfde leidsters kunnen blijven.

Een liefde- en respectvolle behandeling

Om het kind zich vertrouwd en veilig te laten voelen is het van groot belang dat het met liefde en respect wordt behandeld. Dit is ook van cruciaal belang voor de ontwikkeling van het kind. Elk kind heeft zijn eigen liefdestaal, daarom moeten wij als leidsters verschillende liefdestalen kunnen spreken.
Er zijn vijf verschillende liefdestalen; hieronder in het kort beschreven:

  • Tijd en aandacht – Naast de gezamenlijke activiteiten op de groep, wordt er speciaal tijd gemaakt en aandacht gegeven aan het kind persoonlijk. Denk aan een gesprekje over waar het kind mee bezig is, over thuis, aandacht voor iets wat het kind gemaakt heeft of voor zijn spel. Ook het verschoonmoment is een mooie gelegenheid om heel bewust tijd en aandacht aan het kind te geven. Door het kind tijd en aandacht te geven ervaart het kind liefde en waardering.
  • Positieve woorden – Door het kind positieve woorden te geven geef je blijk van liefde en waardering. Complimenten kunnen, mits op een juiste wijze, nooit teveel gegeven worden! Ook kun je woorden gebruiken om te benoemen: “ik houd van je, ik vind je lief, je bent speciaal!”.
  • Cadeautjes – Ook het geven van cadeautjes is een manier waarop kinderen ervaren dat we van hen houden. Bij BuitenGewoon geven we cadeautjes als kinderen jarig zijn, afscheid nemen of bij speciale gelegenheden. Bijvoorbeeld met kerstfeest krijgen de kinderen een cadeautje.
  • Lichamelijke aanraking – Lichamelijke aanraking is een belangrijke liefdestaal, die vooral in de eerste levensjaren onmisbaar is. Denk aan een knuffel, een kus of een aai over de bol. Het is hierbij van belang te letten op de lichaamstaal van het kind: wat heeft hij nodig.
  • Behulpzaamheid – Een kind helpen dat hulp nodig heeft is een belangrijk onderdeel van een veilig emotioneel klimaat. De kinderen moeten weten dat wij hen niet alleen laten: als iets niet lukt dan zijn wij als opvoeders er om hem te helpen.

Bij BuitenGewoon streven we ernaar om de kinderen op deze verschillende positieve wijzen te benaderen. Door goed te luisteren en te kijken naar het kind proberen we te ontdekken welke benadering elk kind het meest nodig heeft. Zo willen we elk kind een veilig en geborgen gevoel geven.

Structuur en duidelijkheid

Naast het bieden van emotionele veiligheid is het van groot belang dat we als opvoeders het kind structuur en duidelijkheid bieden. Bij BuitenGewoon willen we dit bereiken door:

  • Een verticale groepsindeling.
  • Een vast dagritme.
  • Duidelijke afspraken en regels voor iedereen.

Groepsindeling

Wij werken met een verticale groepsvorm. Dit houdt in dat kinderen van verschillende leeftijden (nul tot en met twaalf jaar) bij elkaar in de groep worden opgevangen. Deze groepsvorm maakt het voor ons mogelijk dat de kinderen in elk geval tot hun eerste jaar door een vaste leidster verzorgd kunnen worden. Bovendien is het voor kinderen heel goed en natuurlijk om op deze manier te leren omgaan- en rekening houden met jongere/oudere kinderen.

 

Leidster/kind ratio

Omdat er kinderen van verschillende leeftijden in één groep worden opgevangen, wordt het rekenkundig gemiddelde berekend, waarbij naar boven wordt afgerond. Volgens de rekentool van de rijksoverheid (www.1ratio.nl). 

BuitenGewoon streeft naar drie stamgroepen in Oeken in 2021. Twee stamgroepen met maximaal twaalf kinderen met twee pedagogisch medewerkers. De derde groep is een peutergroep die voor een aantal kinderen als stamgroep geldt, hier worden in totaal maximaal 16 kinderen opgevangen in de leeftijd van 2 en 3 jaar met twee pedagogisch medewerkers.  

Op dit moment vangen we nog wel eens meerdere kinderen in één stamgroep op met drie pedagogisch medewerkers, deze groep gaan we in de loop van het jaar (2021) opdelen in twee groepen. 

Ouders waarvan de kinderen dagdelen op een afwijkende groep komen (bijvoorbeeld de peutergroep of bij extra opvang) geven hiervoor toestemming via het toestemmingsformulier (zie bijlage 5). 

De baby’s hebben een vast verzorger het eerste jaar, een pedagogisch medewerker mag vanaf 2019 maximaal  drie baby’s per dagdeel verzorgen.  

We hebben ook opvang voor kinderen die al naar school gaan. De BSO is voor kinderen vanaf vier jaar tot ze de lagere school verlaten, hierbij gebruiken we ook de rekentool van de rijksoverheid. 

Ophalen/brengen/gezag

De pedagogisch medewerksters zijn verantwoordelijk voor de kinderen zodra ze binnen de hekken zijn.  

De kinderen worden bij de deur van hun eigen lokaal gebracht waar de ouder afscheid neemt. 

Bij het ophalen zijn wij buiten of kunt u uw kind bij de deur van het lokaal ophalen. 

Als er bijzonderheden zijn gebeurd op een dag, dan geven we die aan de ouder door bij het ophalen of schrijven deze in het schriftje van het kind.  

Wij willen zo min mogelijk andere gezichten op de groep, waardoor er rust is en blijft op de groep. Ook veroorzaakt dit minder verwarring voor de kinderen over het naar wie ze moeten luisteren (gezag). 

Het bieden van een fysiek veilige en hygiënische omgeving

De veiligheid van de kinderen staat voorop. Elk jaar wordt BuitenGewoon geïnspecteerd door de GGD. De GGD controleert of wij voldoen aan de wettelijk gestelde eisen voor kinderopvang. Na een inspectie schrijft de GGD een rapport met de bevindingen en eventuele aandachtspunten. Dit rapport is ook voor ouders ter inzage (zie de website onder contact). Er is een vluchtplan aanwezig, zodat we met de kinderen kunnen evacueren in geval van nood.

Dagindeling en dagelijkse verzorging

Een vast dagritme geeft het kind vertrouwdheid, geborgenheid en veiligheid. Door het kind op de juiste tijd te geven wat het nodig heeft zal hij zich op zijn gemak voelen. De dagelijkse verzorging van een kind bestaat uit onder andere; verschonen of zelf naar de w.c. gaan, kinderen eten en drinken geven, kinderen in bed leggen en er weer uithalen. Het dagritme van de baby sluit zoveel mogelijk aan bij de thuissituatie. Voor de andere kinderen is de volgende dagindeling een richtlijn:

  • 7:30 – 9:00 uur – Kinderen worden gebracht
  • 9:00 – 10.00 uur – Zingen, vertellen en fruit eten en een beker water.
  • 10:00 uur – Eventueel wordt de verjaardag van kind of pedagogisch medewerkster gevierd.
  • 10:00 – 11:30 uur – Luiers worden gecontroleerd. Vrij spelen voor de kinderen, eventueel een knutselactiviteit, buitenspelen of boswandeling.
  • 11:30 – 12:30 uur – Brood eten met een beker melk/karnemelk.
  • 12:30 uur – Na het eten worden de luiers gecontroleerd en gaan de kinderen die nog een middagslaapje nodig hebben naar bed. De peuters gaan rusten.
  • 14:30 uur – De meeste kinderen zijn weer uit bed en we gaan een cracker eten en diksap drinken. Vaak is er een gezamenlijke activiteit; zingen of een boekje lezen.
  • 16:30 uur – Er wordt zoveel mogelijk opgeruimd, luiers worden verschoond en we gaan aansluitend een soepstengel eten.
  • 17:00 – 18:00 uur – De kinderen worden weer opgehaald.

Natuurlijk zijn er kinderen met andere slaaptijden, dit wordt dan zoveel mogelijk naar de behoefte van het kind aangepast. Ook worden kinderen tussendoor verschoond indien nodig.

Afspraken, regels en omgangsvormen

Jonge kinderen hebben duidelijke grenzen nodig voor wat mag en niet mag. Kinderen weten dan dat ze zich binnen die grenzen vrij kunnen bewegen. De meeste omgangsvormen zijn logisch en worden automatisch uitgevoerd. Een aantal positieve hoofdregels zijn:

  • Gebruik lieve opbouwende woorden.
  • We helpen elkaar.
  • Ieder om de beurt.
  • Weer vrienden maken na een conflict.
  • Als we eten of drinken, blijven we aan tafel zitten.

Een aantal afspraken:

  • Geen vloekwoorden of scheldwoorden gebruiken.
  • Elkaar geen pijn doen, dus niet slaan, bijten, krabben, knijpen of schreeuwen tegen elkaar.
  • Geen dingen kapot maken of afpakken.

Elk kind heeft een eigen benadering nodig, deze bieden wij, door te luisteren naar het kind en “in gesprek” met hem te gaan. Tegelijkertijd gelden de groepsregels, waar we heel consequent mee omgaan. De leidsters zijn hierin natuurlijk het grote voorbeeld en zullen dit ook voorleven. We moedigen de kinderen aan om dingen te doen en te ontdekken, hierdoor groeit hun zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde. De kinderen krijgen de ruimte om te spelen en om vooral zichzelf te kunnen zijn.

 

De ontwikkeling stimuleren

Zelfstandigheid en zelfredzaamheid

Het kind moet zijn zelfstandigheid en zelfredzaamheid kunnen ontwikkelen. Er is dan ook geen één op één begeleiding: het kind mag veel zelf ontdekken en doen.
Wij stimuleren dat de kinderen leren omgaan met anderen en dingen leert doen die het uit zichzelf misschien niet zo snel zou doen en niet leuk vindt. Zoals bijvoorbeeld activiteiten als helpen tafel dekken of iets uitdelen.

Zelfvertrouwen en eigenwaarde

Zelfvertrouwen en eigenwaarde is wel een van de belangrijkste dingen die we de kinderen mee willen geven voor de toekomst. Het is een basis voor een gezonde groei en ontwikkeling.
Om dit te bevorderen stimuleren we de kinderen en geven we hen de ruimte om zelf iets te ondernemen of zelf gebeurtenissen in gang te zetten. Het plezier hebben in eigen prestaties bevordert het zelfvertrouwen. Het kind moet voldoende autonomie krijgen, maar ook worden geholpen als het nodig is. Het is van belang dat de kinderen gelijkwaardig worden behandeld.

Emotionele ontwikkeling

Kinderen mogen hun emoties tonen, ze mogen boos, verdrietig of blij zijn. Wij geven hen hier de ruimte voor en benoemen de emotie die het kind heeft. Zo kan hij leren om gevoelens onder woorden te brengen. De leidster mag ook emoties uiten, als wij echt zijn dan is dat voor de kinderen een voorbeeld dat je jezelf mag zijn en dat daar niets mis mee is. Een kind kan op verschillende manieren emoties uiten, het is daarom van groot belang dat de leidsters op het gedrag van het kind letten. Het is belangrijk dat de leidster de achtergronden van het kind kent en wanneer er ingrijpende gebeurtenissen hebben plaatsgevonden of plaatsvinden. Doordat de leidster hiervan op de hoogte is kan voorkomen worden dat het kind geen emotionele ontwikkelingsachterstand krijgt.

Cognitieve ontwikkeling

De cognitieve ontwikkeling gaat over de denk-, waarneming- en taalontwikkeling. Materialen die de cognitieve ontwikkeling stimuleren zijn onder andere puzzels, boekjes, blokken of spelletjes. Bij de inrichting hebben we gekozen voor open kasten, zodat de kinderen zelf speelgoed kunnen pakken en ontdekken. Groepsactiviteiten (zoals dansjes) hebben ook een belangrijke invloed op de cognitieve ontwikkeling, evenals het voorlezen van boekjes.

Sociale ontwikkeling

Door in groepsverband activiteiten te doen, leren de kinderen rekening te houden met elkaar. Ruimte te geven aan een ander, elkaar accepteren zoals iemand is. Kinderen kunnen ook al gewezen worden op hun verantwoordelijkheid, zoals het op elkaar letten, voorzichtigheid (vooral bij kleine baby’s) en het delen van speelgoed. Vooral het delen van speelgoed kan soms moeilijk zijn, hierin kunnen kinderen leren hoe ze met de ander om moeten gaan. Niet zomaar afpakken, maar het eerst vragen. Of door te overleggen dat eerst een tijdje het ene kind en later het andere kind met het speelgoed mag spelen. Hierin is soms tussenkomst van een leidster nodig. De leidster probeert het kind/de kinderen uit te leggen en voor te doen hoe het ook anders kan.

Lichamelijke ontwikkeling

Motoriek is op deze jonge leeftijd van de kinderen heel belangrijk. Ze zijn de grove naar de fijne motorische handelingen aan het ontwikkelen. Van het graaien naar de rammelaar tot het vasthouden van een potlood. Door verschillende uitdagende materialen aan te bieden gaan de kinderen op ontdekkingsreis door de groepsruimte, van de blokken tot de poppen. Door afwisselend activiteiten aan tafel aan te bieden, zoals kleien, schilderen of plakken, kunnen kinderen zich motorisch ontwikkelen. Leidsters kunnen tegelijkertijd zien hoever de kinderen zijn en ze eventueel aansturen of motiveren. Voor kinderen is het belangrijk om buiten te spelen. Niet alleen de buitenlucht is gezond, maar ook het leren fietsen of met een loopautootje vooruit komen, of te ontdekken in de zandbak, waar je een kasteel kunt maken of gewoon lekker met je handen in het zand voelen.

Zorgen en problemen

De pedagogisch medewerkers hebben een signalerende rol ten aanzien van de ontwikkeling van het kind. Roept de ontwikkeling van het kind in groepsverband of individueel vragen op dan wordt dit na observaties, informatie overdracht en overleg met collega’s met de ouders besproken. Eventuele ontwikkelingsachterstanden, vermoeden van hoogbegaafdheid of stoornissen, worden op deze manier tijdig gesignaleerd.
Vroegtijdige onderkenning van stagnaties, of juist het ver vooruit lopen in de ontwikkeling, is met name van belang, omdat daardoor een achterstand in de motorische, verstandelijke en/of sociaal emotionele ontwikkeling voorkomen worden.
Mocht blijken dat er een vermoeden van een achterstand in de ontwikkeling of afwijkend gedrag bestaat, dan kunnen ook instanties geraadpleegd worden (huisarts, consultatiebureau, CJG of andere instellingen). Ouders kunnen hier zelf actie toe nemen, of in overleg met hen kan BuitenGewoon contact zoeken.
Pedagogisch medewerkers worden hiervoor toegerust door één keer in de twee jaar een cursus te volgen op het gebied van ontwikkelingen van het jonge kind. Als ondersteuning zijn er de teamvergaderingen, gesprekken met leidinggevenden, vakbladen en naslagwerk.

Open deurenbeleid

Om de verschillende ontwikkelingsgebieden van de kinderen te stimuleren, werken we met een open deurenbeleid. Dit houdt in dat we soms letterlijk de deuren open zetten, zodat de kinderen kunnen kiezen waar ze willen spelen. Hierdoor kunnen ze met leeftijdsgenootjes spelen, of juist met dat speelgoed wat wel in de andere groep is, of met elkaar buiten spelen. Doordat de kinderen elkaar opzoeken en met elkaar spelen, beïnvloeden ze elkaar in hun ontwikkeling en leren ze van elkaar.
Met dit open deurenbeleid kunnen we ook gerichte activiteiten met speciaal gekozen materialen doen met de kinderen. De kinderen zijn dan even niet gebonden aan hun stamgroep en maken zo spelenderwijs ook kennis met de andere kinderen en leidsters. Met de eet- en drinkmomenten zijn de kinderen wel in hun stamgroep.

Peutergroep

Op 2 ochtenden in de week (buiten de schoolvakanties) krijgen de peuters vanaf 2,5 tot 4 jaar de mogelijkheid om naar de peutergroep te gaan. De kinderen mogen dan 3 uurtjes mee naar het middelste lokaal, om speciale peuteractiviteiten te doen.
Op de peutergroep wordt er extra aandacht besteed aan de meervoudige ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar. Ook wordt er zorg gedragen voor aansluiting bij het startniveau van het basisonderwijs. Om dit concreet te maken hebben we ons verdiept in wat er algemeen genomen wordt verwacht van kinderen als ze beginnen op de basisschool. Aan de hand daarvan hebben we een aantal doelen geformuleerd, die omschreven zijn onder het kopje: Einddoelen Peuterwerk BuitenGewoon kinderopvang.
Op het kinderdagverblijf werken we met bijbelse (maand)thema’s. Deze zelfde maandthema’s houden we ook aan op de peutergroep. Aan de hand van deze thema’s ontwikkelen we activiteiten die speciaal gericht zijn om de ontwikkeling van de peuters te stimuleren en naar de einddoelen toe te werken.

Activiteiten zijn bijvoorbeeld:

  • Kringactiviteit – gesprekje voeren, luisteren naar een verhaal, een spel doen, zingen.
  • Werkjes maken – dit heeft meestal te maken met het thema wat we op dat moment volgen. Dit kan zijn: kleuren, verven, prikken, scheuren van papier, kleien, knippen en plakken, enz.
  • Buitenactiviteit – boswandeling, opdrachtjes doen, een spel doen.

Naast deze activiteiten is er ook de keus om vrij te spelen, want spelen is leren.

Programma Peuterochtend

  • 7:30 – 9:00 uur – ontvangst in eigen stamgroep, spelen in de themahoeken.
  • 8:30 – 9:00 uur – naar de peutergroep.
  • 9:00 – 9:30 uur – spelen in de themahoeken/activiteit aan werktafel.
  • 9:30 – 10:30 uur – verhaal, zingen, praten, fruit eten en drinken.
  • 10:30 – 11:00 uur – naar de wc, overallen en laarzen aan en naar buiten.
  • 10:45 – 11:30 uur – vrij spelen buiten of een bewegingsactiviteit buiten.
  • 11:30 uur – opruimen en naar de wc.
  • 11:45 uur – broodmaaltijd
  • 12:30 uur – spelen in de themahoeken/activiteit aan werktafel.
  • 13:00 uur – kinderen die alleen voor de peuterochtend komen worden nu opgehaald.

Na het middageten gaan alle kinderen weer naar hun eigen stamgroep. Bij de peutergroep is de verhouding tussen het aantal gekwalificeerde pedagogisch medewerkers en het aantal feitelijk aanwezige kinderen ten minste: één pedagogisch medewerker per 8 kinderen. In de peutergroep kunnen per dagdeel maximaal 16 kinderen van 2-4 jaar worden opgevangen.

Einddoelen peuterwerk BuitenGewoon Kinderopvang

Motorische ontwikkeling

Grove motoriek
Het klimmen op een trapje en zelfstandig naar beneden glijden van de glijbaan.
Fietsen op een peuterfietsje.
Aantrekken van een jas en schoenen (behalve veters strikken).
Aankleden na toiletbezoek.
Handen zelf wassen en afdrogen.
Jas ophangen.

Fijne motoriek
Kwast goed vasthouden en schoonmaken.
Kennisgemaakt met knippen.
Beheersen van pincetgreep ( spijkertjes van hamertje tik, kralen rijgen).
Toren bouwen (bv duplo/lego of rails aanleggen).
Deksel opendoen (verf/lijmpotje).
Scheuren en vouwen (1 x dubbel).

Cognitieve ontwikkeling

Rekenen
Tellen tot 5, incl. synchroon tellen en op de vingers.
Herkennen van de volgende vormen: cirkel, vierkant, rechthoek en driehoek.
Begrippen benoemen: meer-minder; hoog-laag; groot-klein; dik-dun.
Sorteren van groot naar klein

Tijd
begrippen kunnen benoemen: ochtend, middag, avond en nacht

Lokaliseren
bekijken van platen en aanwijzen waar wat te zien is of waar het thuishoort.

Construeren
namen van de basisvormen en basiskleuren en kennis gemaakt met andere kleuren zoals oranje, roze, wit, zwart, paars, goud en zilver en kennis gemaakt met klei en brooddeeg.

Taal
Nieuwe woorden aangeleerd per thema.
Kent het verschil tussen ik, hij, zij.
Kennis gemaakt met bijvoeglijke naamwoorden (ook in zinsverband), zoals bijv. de rode auto.
Kan iets vertellen in een kringgesprek.
Maakt vraagzinnen (kan een verzoek omzetten in een vraag).
Kan een eenvoudige instructie begrijpen en uitvoeren. Luistert naar een verhaal.
Doet ervaring op met rijmen (vooral door middel van liedjes).

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Zelfbeeld/ontwikkeling identiteit
Voelt zich geliefd in de groep.
Kan de volgende emoties onderscheiden: boos, bang, blij en verdrietig.
Is nieuwsgierig naar nieuwe dingen.

Zelfstandigheid
Heeft vertrouwen in zijn eigen doen en laten.
Kan zich handhaven in de groep.
Wil graag dingen zelf doen.
Helpt actief mee met opruimen.
Zegt wat hij/zij wel of niet wil.

Sociaal gedrag
Heeft respect voor anderen.
Speelt met andere kinderen.
Luistert naar een ander kind.
Deelt met andere kinderen.
Wacht op zijn/haar beurt.
Blijft aan tafel zitten tot hij van tafel mag.

Concentratie
Maakt een eenvoudige opdracht af.
Luistert naar een boekje tot het eind.

Sociaal gedrag
Leert de groepsregels kennen en houdt zich eraan.
Helpt anderen.

Buitenschoolse Opvang

Er zijn twee groepen ingericht voor de BSO’ers, zij hebben daar uitdagend speelgoed en ook een bank en matras waar ze even op kunnen relaxen als ze een drukke en enerverende schooldag hebben gehad, of gewoon even een boek kunnen lezen.
Na schooltijd is er een gezamenlijk moment aan tafel, waarin ze een cracker eten en wat drinken. Daarna kunnen ze vrij spelen. Buiten delen zij de ruimte met de kinderen tot vier jaar en hebben ze de gelegenheid om naar het sportveld te gaan of naar het bos.
Om 17.00 uur krijgen de kinderen fruit aangeboden. Als de kinderen er een hele dag zijn, eten ze ’s ochtends fruit en eten ze rond lunchtijd brood of een warme maaltijd.
Wij vinden het belangrijk dat de kinderen leren zichzelf te vermaken. Het buitenspelen staat bij BuitenGewoon vooral centraal. Soms bieden we de kinderen een activiteit aan, zoals bijvoorbeeld sporten of een creatieve bezigheid.
Kinderen hebben zelf vaak leuke en goede ideeën om van de bso een echt ‘thuis’ te maken en voor leuke activiteiten. Wij zullen naar de kinderen luisteren en als het mogelijk is er wat mee doen. Van de kinderen wordt verwacht dat ze meehelpen in de dagelijkse gang van zaken. Het is goed voor kinderen om al jong dingen te leren zoals het inpakken van de vaatwasser, het verzorgen van jongere kinderen, tafel te dekken voor de maaltijd of het fruit op te halen voor het eind van de middag.

In de schoolvakanties zijn er weleens extra activiteiten. Te denken valt aan een bezoek aan de bibliotheek, een excursie of een bezoek aan de Loenense waterval. We gaan dan met de “paprika-bus” en/of het “blauwe druifje op pad, onder begeleiding van één of meerdere leidsters.

Contact met ouders

Het laatste punt in de doelstelling is het onderhouden van een goed, open contact met de ouders. Allereerst is daar de kennismaking met hen. Wij hechten veel waarde aan een open gesprek, waarin ouders zich thuis mogen voelen bij BuitenGewoon. We geven hen een rondleiding door het pand en vertellen hen over onze werkwijze. Voor vragen kunnen ouders altijd nog contact opnemen met één van de leidsters of leidinggevenden.
Als ouders besloten hebben hun kind(eren) in te schrijven, nodigen we hen uit voor een nadere kennismaking/ intake, met de leidster die hun kind(eren) gaat verzorgen. In deze ontmoeting is ruim de gelegenheid voor het kind om te wennen en voor de ouders om te zien hoe een dagdeel verloopt. Hierna wordt het wenbeleid gevolgd, zoals wij dit hanteren bij BuitenGewoon.
We vragen ouders om een schrift mee te nemen voor het kind, waarin zij en wij kunnen schrijven hoe de dag is verlopen en of er eventuele bijzonderheden zijn. Dit is zeker in het eerste levensjaar van het kind een handig communicatiemiddel. Daarnaast proberen we in ieder geval bij het brengen en halen de ouder(s) even te spreken.
Ons uitgangspunt in de verzorging van het kind is het welzijn van het kind. Daarom is het van groot belang met de ouders te spreken tijdens het halen en brengen. Zodat we weten wat er speelt en zo op de juiste manier met de kinderen kunnen omgaan.
Wanneer ouders aangeven een dieper gesprek te willen voeren, is dit mogelijk en kan hiervoor een afspraak gemaakt worden.
De ouders hebben doormiddel van de oudercommissie adviesrecht op het reilen en zeilen van BuitenGewoon.

Vierogenprincipe

Dit principe houdt in dat altijd een volwassene moet kunnen meekijken of meeluisteren met een beroepskracht. Een beroepskracht mag nog steeds alleen op de groep staan, zolang maar op elk moment een andere volwassene de mogelijkheid heeft om mee te kijken of te luisteren. Het vierogenprincipe gaat vooralsnog alleen gelden voor dagopvang.

Wij willen hier als volgt mee omgaan:
Om 7:30 uur begint de eerste pedagogisch medewerker, totdat de volgende pm’er of stagiaire begint zal er in en uit loop van ouders zijn. Op het moment dat het te druk wordt, gaan de kinderen van de andere groep met hun leidster naar de eigen stamgroep. Er zullen dan ook nog ouders hun kind brengen of er zijn stagiaires aanwezig, waardoor het vierogenprincipe gewaarborgd blijft. Medewerkers lopen ook regelmatig even heen en weer op de groepen bij elkaar of kijken door de raampjes in de deuren en gang om te kijken of alles goed gaat.
In de slaapruimte staat de hele dag de babyfoon aan, ook als leidsters een kind in bed leggen en/of in de slaapkamer is.
Tijdens de pauzes worden soms de groepen samengevoegd. Er blijven altijd meerdere leidsters aanwezig op de groepen of een leidster met een stagiaire.
Aan het einde van de dag gaat de eerste leidster om 17:00u naar huis. Tot 18:00u zijn er of leidsters/stagiaires en ook ouders die in en uit lopen aanwezig. Soms worden ook dan groepen samengevoegd.

Als er dusdanig weinig kinderen zijn, zodat een leidster een hele dag alleen op de groep kan staan (woensdag en vrijdag). Is er een stagiaire, schoonmaakster, iemand op kantoor, of extra leidster aanwezig, zodat er nog steeds toezicht is.

Bijlage 1. Stagiaires

Soms zijn er stagiaires aanwezig, wij vinden het belangrijk dat zij onze werkwijze leren kennen. Stagiaires krijgen een stagebeleid waarin staat wat zij wel en niet mogen en wanneer. Ouders mogen dit inzien. Hieronder een greep uit het stagebeleid:

Je voorstellen

Als je bij BuitenGewoon komt stage lopen, dan spreek je niet meteen alle ouders. Het is leuk om op een A4 je even voor te stellen met eventueel een foto erbij, zo weten ouders dat je er bent en wie je bent. Welke opleiding je doet en hoe lang je bij BuitenGewoon zult zijn.

De eerste weken

  • Begin met veel kijken en luisteren (observeren). Wanneer je goed kijkt en luistert, heb je de helft (misschien al meer) geleerd. Loop mee en bekijk alles goed en vraag gerust.
  • Natuurlijk kun je al huishoudelijk werk doen (bijvoorbeeld de vaatwasser in en uit ruimen en fruit klaar maken).
  • Vluchtplan lezen.
  • Ruimtes verkennen, waar staat wat.
  • Lees de huisregels en pedagogisch beleid en werkplan.
  • Leer de namen van de kinderen.
  • Speel met de kinderen en lees boekjes met ze.

Na vier/vijf weken

  • Vergeet de punten van de vorige weken niet.
  • Je mag nu beginnen met het verschonen van kinderen, maar let op hun lichaamstaal als ze nog niet willen zet dat dan niet door, overleg eerst met de leidster. Misschien als zij er bij staat wil het kind wel.
  • Alleen met ze buiten spelen. Je weet al wat ze wel en niet mogen doen. Natuurlijk ben jij niet verantwoordelijk. Wanneer jij denkt het nog niet aan te kunnen zeg dat gewoon.

De rest van de weken

  • Blijf de andere punten in de gaten te houden.
  • Kinderen naar bed brengen, let hier net als bij het verschonen op wat het kind ‘zegt’. Vraag de eerste keren aan de leidster of je het mag doen.
  • Activiteiten, bijvoorbeeld; de kring leiden, een werkje maken of een spelletje spelen.
  • Schriftjes schrijven (dus observeren!).
  • Vraag (aan ouders en verzorgster) in een van je laatste weken of je een dag een baby mag verzorgen.
  • Probeer eens een ochtend, middag of een hele dag de leiding te nemen.

Bijlage 2. Klachtenregeling

Als klant heeft iedere ouder het recht een klacht in te dienen. Dit is bij de wet geregeld. Een klacht is dat wanneer men een probleem heeft met de werkwijze van BuitenGewoon, of onderdelen van de BuitenGewoon, of met het gedrag van de medewerkers. Dit kan betrekking hebben op handelen of op nalaten en heeft altijd te maken met de individuele, concrete aangelegenheden.

Wie kan een klacht indienen?

Een klachtenregeling is bedoeld voor ouders of andere verzorgers van het kind. Een persoon die gebruik maakt van BuitenGewoon.

Een klacht! En wat dan?

Wanneer u een klacht heeft, is het de bedoeling dat u contact zoekt met de direct betrokkene. Het kan namelijk een misverstand zijn. Een gesprek met de direct betrokkene kan al een oplossing bieden.
Wanneer dit niet tot een oplossing leidt of onvoldoende, kunt u zich richten tot de eerst volgende verantwoordelijke in de kinderopvang, de directie of het bestuur.
Deze klacht dient schriftelijk ingediend te worden. Hierin moet beschreven worden waarom het als klacht wordt ervaren, het doel wat de klager met het indienen van de klacht wil bereiken en -indien van toepassing- wat er al is ondernomen om tot een oplossing van de klacht te komen.
De directie of het bestuur zal een onderzoek instellen naar de klacht. Beide partijen, zowel de klager, als de betrokkene waarover geklaagd wordt, worden in de gelegenheid gesteld hun argumenten naar voren te brengen en toe te lichten. Dit kan in elkaars aanwezigheid, maar mag ook afzonderlijk. Wanneer beide partijen afzonderlijk gehoord worden, zal alleen die informatie bij de overwegingen betrokken worden waarop de wederpartij de gelegenheid heeft gehad te reageren.
De resultaten van het onderzoek worden schriftelijk aan betrokken partijen voorgelegd. Beide partijen kunnen daar weer schriftelijk of mondeling op reageren.

Stichting Klachtencommissie Kinderopvang

Hebben de bovengenoemde stappen geen oplossing geboden of bent u niet tevreden met de beslissing die er genomen is, dan kunt u terecht bij een externe klachtencommissie. BuitenGewoon is aangesloten bij een externe klachtencommissie, dit is de Stichting Klachtencommissie Kinderopvang. In deze commissie zitten onafhankelijke en deskundige mensen die niets te maken hebben met BuitenGewoon. Informatie hierover kunt u vinden op www.klachtkinderopvang.nl of op het prikbord in de gang van BuitenGewoon.

Verklarende woordenlijst

  • Ouders – Waar ‘ouder(s)’ staat kan ook ‘verzorger(s)’ worden gelezen.
  • Leidster – Waar ‘leidster’ staat kan ook ‘leider’ worden gelezen, een ander woord voor leidster is pedagogisch medewerker.
  • Hij – Waar ‘hij’ staat kan ook ‘zij’ worden gelezen.
  • Zijn – Waar ‘zijn’ staat kan ook ‘haar’ worden gelezen.
  • Pedagogisch medewerker – Met ‘pedagogisch medewerker’ wordt ook ‘leid(st)er’ bedoeld.
  • De ‘paprika-bus’ en het ‘blauwe druifje’ zijn bussen waar 8 kinderen veilig in vervoerd kunnen worden.
  • Stagiaire – Waar ‘stagiaire’ staat kan ook ‘stagiair’ worden gelezen.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.